Kennisaspecten
De leerling weet hoe een spin aan voedsel komt.
Spinnen
Een spin is geen insect, maar een geleedpotige. Het lichaam van een insect bestaat uit drie delen: een kop,
een borststuk en een achterlijf. Een spin heeft maar twee lichaamsdelen: een kopborststuk en een achterlijf.
In het kopborststuk zitten de mond, de ogen en de poten. Insecten hebben zes poten, spinnen acht.
De meeste spinnen hebben ook acht ogen. Daar kunnen ze echter niet zo goed mee zien.
In Nederland leven geen spinnen die voor mensen gevaarlijk zijn. In andere landen zijn wél gevaarlijke
spinnen. Hun gif kan ziekte of zelfs de dood veroorzaken.
Voedsel vangen met een web
Spinnen leven van insecten. Ze zorgen er dus voor dat er niet te veel insecten zijn. De meeste spinnen vangen
insecten door een web te weven.
Een spin heeft bultjes op het achterlijf: spintepels. Daaruit perst hij de spinstof. Dat is een sterke,
elastische vloeistof. Van deze vloeistof maakt de spin draden. De draden zijn dunner dan haren, maar
heel sterk. Een wielweb is een web in de vorm van een wiel. Het heeft ook een as en spaken. De draden
tussen de spaken, heten kleefdraden. Deze helpen de spin bij het vangen van zijn prooi. De insecten die
in het web vliegen, blijven vastzitten aan de kleefdraden. Zit er eenmaal een insect in het web, dan rent
de spin ernaartoe. De spin voelt namelijk dat er een insect in is gevlogen door de trilling van de draden. De
spin spuit er meteen een flink aantal draden overheen. Tegelijkertijd draait hij het insect rond.
Het insect zit nu gevangen in het web van de spin. Maar het diertje gaat niet dood. De spin eet zijn prooi pas
op, als hij honger heeft.
Spinnen kunnen niet kauwen. Daarom eten ze op een andere manier. De spin spuit zijn prooi eerst vol met gif
en andere stoffen. Daardoor verandert de prooi van binnen in een soort soep. De spin zuigt zijn prooi daarna
leeg. In een spinnenweb hangen dan ook vaak leeggezogen vliegen en muggen.
2
De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 13 • De wereld van de spin




