Kennisaspecten
De leerling kent de geschiedenis van het geld.
Waarom hebben we geld?
Duizenden jaren geleden bestond er geen geld. Mensen hadden het niet nodig want ze deden
eigenlijk allemaal hetzelfde: jagen, vissen of groente verbouwen op een klein stukje land naast
het huis. En als de een iets had wat de ander graag wilde hebben, dan werd er gewoon geruild.
Maar mensen gingen zich steeds meer bezighouden met een vak waar ze goed in waren of
waar ze het meeste plezier aan beleefden. Dat noemen we specialisatie. Doordat men zich
specialiseerde in het produceren van bepaalde producten, had men geen tijd meer om alles wat
nodig was aan voedsel zelf te verbouwen. Ruilen werd dus nóg belangrijker.
Maar rechtstreeks ruilen alleen was niet meer voldoende. Je hebt niet dagelijks een kleed nodig,
maar wel dagelijks brood.
Mensen gingen op zoek naar andere ruilmiddelen die als betaalmiddelen gebruikt konden
worden. Sommige volkeren betaalden met koeien, andere met schelpen, zout, manshoge
ronde stenen of zelfs menselijke schedels. Maar deze ruilmiddelen, ook wel oorspronkelijk geld
genoemd, gaven soms problemen. Ze konden ook voor andere dingen dan geld gebruikt worden,
ze konden bederven of ze werden - in het geval van koeien - opgegeten. Met andere woorden,
deze ruilmiddelen waren niet duurzaam.
De mensen kwamen erachter dat geld aan vier voorwaarden moest voldoen:
1 iedereen moet weten dat het geld was;
2 het moest duurzaam zijn (het zou lang goed moeten blijven);
3 het moest iets zijn dat niet al te groot was en waar je niet al te veel van bij je moest hebben,
maar het moest wel veel waarde hebben;
4 er moest niet teveel van zijn, anders zou het minder waard kunnen worden.
Zilver en goud bleken het meest geschikt voor geld. In het begin gebruikte men klompjes zilver
en goud.
Hoe zwaarder het klompje was, hoe meer je ervoor kon krijgen. Met deze klompjes werd erg veel
bedrog gepleegd. Er waren bijvoorbeeld mensen die in een klompje goud een steen stopten,
zodat het zwaarder zou worden.
2
De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 11 • Kleingeld




