Effe checken
Ik kan de verschillen tussen een hen en een haan vertellen en tekenen.
Ik kan uitleggen waarom mensen kippen houden.
Ik kan vertellen wat kippen eten.
Ik kan tekenen hoe een ei er van binnen uit ziet.
Ik kan de onderdelen waaruit een ei bestaat noemen.
Ik weet waar de schaal, de dooier en het eiwit voor zijn.
Ik kan beschrijven hoe uit een ei uiteindelijk een kip kan ontstaan.
Bevruchte eieren
Als een haan vrijt met een hen, wordt
het ei dat ze aan het maken is be-
vrucht. In bevruchte eieren kunnen
de dooiers tot kuikens uitgroeien.
Daarvoor moet het ei wel op de goe-
de temperatuur gehouden worden.
Daarom gaat een kip broeden. Als
ze een aantal eieren heeft gelegd,
gaat ze erop zitten. Het duurt 21 da-
gen voordat een kippenei helemaal
is uitgebroed. Een broedende kip
noemen we een kloek.
Voor het uitbroeden van eieren ge-
bruiken kippenhouders in plaats van
de moederkippen vaak een broed-
machine. Dat is een soort kast met
warme lampen, die precies de juiste
temperatuur heeft om de kuikens in
de eieren goed te laten groeien. In
broedmachines kunnen een hele-
boel eieren tegelijk uitgebroed wor-
den. Als een ei bevrucht is, groeit
het kiemschijfje in de dooier. Dit
kiemschijfje wordt het kuiken. Het
kiemschijfje zien we als een klein
vlekje op de dooier. Er komt ook een
hagelsnoer in het ei. Dat is een soort
kabeltje dat de dooier op zijn plaats
houdt. Het kuikentje gebruikt het ei-
geel als voedsel. Hij eet niet met zijn
snavel, maar de voedingstoffen ko-
men door bloedvaten uit het eigeel
naar het kuiken toe. Het eiwit is voor-
al water. Daaruit haalt het kuikentje
het vocht dat hij nodig heeft. Als het
kuiken in het ei groeit, worden het ei-
geel en eiwit steeds minder, zodat er
genoeg ruimte voor het kuiken over-
blijft. Bovenin het ei zit een luchtka-
mer. In de kalkhoudende schaal zit-
ten tienduizend luchtgaatjes. Door
die gaatjes komt zuurstof in het ei.
We noemen die gaatjes poriën. Die
zuurstof gebruikt het kuiken om te
ademen.
Uit het ei
Na 21 dagen komt het kuiken uit
het ei. Met een speciale tand op
zijn snavel, de eitand, maakt hij het
ei kapot, zodat hij eruit kan kruipen.
Als hij eenmaal helemaal uit het ei is,
moet het kuiken alleen nog drogen.
Als het kuiken eenmaal droog is, kan
hij onder moeders vleugels vandaan.
Hij kan direct zelf rondscharrelen en
graantjes pikken.
Daarom noemen we kippen nestvlie-
ders. Ze kunnen meteen nadat ze uit
het ei uit kruipen het nest ontvluchten
(vlieden). Er zijn ook vogels die dat
niet kunnen. Die moeten eerst nog
dagenlang door de ouders gevoed
en verzorgd worden. Dat zijn de nest-
blijvers.




