Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  48 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 48 / 210 Next Page
Page Background

Effe checken

Ik kan de verschillen tussen een hen en een haan vertellen en tekenen.

Ik kan uitleggen waarom mensen kippen houden.

Ik kan vertellen wat kippen eten.

Ik kan tekenen hoe een ei er van binnen uit ziet.

Ik kan de onderdelen waaruit een ei bestaat noemen.

Ik weet waar de schaal, de dooier en het eiwit voor zijn.

Ik kan beschrijven hoe uit een ei uiteindelijk een kip kan ontstaan.

Bevruchte eieren

Als een haan vrijt met een hen, wordt

het ei dat ze aan het maken is be-

vrucht. In bevruchte eieren kunnen

de dooiers tot kuikens uitgroeien.

Daarvoor moet het ei wel op de goe-

de temperatuur gehouden worden.

Daarom gaat een kip broeden.  Als

ze een aantal eieren heeft gelegd,

gaat ze erop zitten. Het duurt 21 da-

gen voordat een kippenei helemaal

is uitgebroed. Een broedende kip

noemen we een kloek.

Voor het uitbroeden van eieren ge-

bruiken kippenhouders in plaats van

de moederkippen vaak een broed-

machine. Dat is een soort kast met

warme lampen, die precies de juiste

temperatuur heeft om de kuikens in

de eieren goed te laten groeien. In

broedmachines kunnen een hele-

boel eieren tegelijk uitgebroed wor-

den. Als een ei bevrucht is, groeit

het kiemschijfje in de dooier. Dit

kiemschijfje wordt het kuiken. Het

kiemschijfje zien we als een klein

vlekje op de dooier. Er komt ook een

hagelsnoer in het ei. Dat is een soort

kabeltje dat de dooier op zijn plaats

houdt. Het kuikentje gebruikt het ei-

geel als voedsel. Hij eet niet met zijn

snavel, maar de voedingstoffen ko-

men door bloedvaten uit het eigeel

naar het kuiken toe. Het eiwit is voor-

al water. Daaruit haalt het kuikentje

het vocht dat hij nodig heeft. Als het

kuiken in het ei groeit, worden het ei-

geel en eiwit steeds minder, zodat er

genoeg ruimte voor het kuiken over-

blijft. Bovenin het ei zit een luchtka-

mer. In de kalkhoudende schaal zit-

ten tienduizend luchtgaatjes. Door

die gaatjes komt zuurstof in het ei.

We noemen die gaatjes poriën. Die

zuurstof gebruikt het kuiken om te

ademen.

Uit het ei

Na 21 dagen komt het kuiken uit

het ei. Met een speciale tand op

zijn snavel, de eitand, maakt hij het

ei kapot, zodat hij eruit kan kruipen.

Als hij eenmaal helemaal uit het ei is,

moet het kuiken alleen nog drogen.

Als het kuiken eenmaal droog is, kan

hij onder moeders vleugels vandaan.

Hij kan direct zelf rondscharrelen en

graantjes pikken.

Daarom noemen we kippen nestvlie-

ders. Ze kunnen meteen nadat ze uit

het ei uit kruipen het nest ontvluchten

(vlieden). Er zijn ook vogels die dat

niet kunnen. Die moeten eerst nog

dagenlang door de ouders gevoed

en verzorgd worden. Dat zijn de nest-

blijvers.