Kennisaspecten
De leerling weet hoe het oor werkt.
Geluid
Geluiden zijn eigenlijk trillingen in de lucht. Die
trillingen door de lucht verspreiden zich alle kanten
op. Zo komen ze bij je oren terecht en kun je ze
horen.
Oren bestaan uit het uitwendig oor, het middenoor
en het binnenoor.
Eerst wordt het geluid opgevangen door je
oorschelp, het uitwendig oor.
Je oorschelp stuurt het geluid je gehoorgang in. Dit
gedeelte is het middenoor. Daar komt het geluid
aan bij het trommelvlies. Door de geluidstrillingen
gaat het trommelvlies ook trillen.
Die trilling zet weer de drie gehoorbeentjes
(hamer, aambeeld en stijgbeugel) in beweging. Zo
wordt het geluid doorgegeven aan het binnenoor.
Het binnenoor heeft de vorm van een slakkenhuis
en zit vol met vloeistof. De stijgbeugel geeft de
trilling door aan die vloeistof. De vloeistof in het
slakkenhuis zet weer hele kleine trilhaartjes in
beweging, die op de wand van het slakkenhuis
zitten. Die trilhaartjes geven de signalen door aan
de gehoorzenuw en zo komt het uiteindelijk aan
bij de hersenen. Je hersenen kunnen het geluid
herkennen en dan weet je wat je gehoord hebt.
2
De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 10 • Je oor: klein maar fijn!




