Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  49 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 49 / 210 Next Page
Page Background

Kennisaspecten

De leerling weet hoe het oor werkt.

Geluid

Geluiden zijn eigenlijk trillingen in de lucht. Die

trillingen door de lucht verspreiden zich alle kanten

op. Zo komen ze bij je oren terecht en kun je ze

horen.

Oren bestaan uit het uitwendig oor, het middenoor

en het binnenoor.

Eerst wordt het geluid opgevangen door je

oorschelp, het uitwendig oor.

Je oorschelp stuurt het geluid je gehoorgang in. Dit

gedeelte is het middenoor. Daar komt het geluid

aan bij het trommelvlies. Door de geluidstrillingen

gaat het trommelvlies ook trillen.

Die trilling zet weer de drie gehoorbeentjes

(hamer, aambeeld en stijgbeugel) in beweging. Zo

wordt het geluid doorgegeven aan het binnenoor.

Het binnenoor heeft de vorm van een slakkenhuis

en zit vol met vloeistof. De stijgbeugel geeft de

trilling door aan die vloeistof. De vloeistof in het

slakkenhuis zet weer hele kleine trilhaartjes in

beweging, die op de wand van het slakkenhuis

zitten. Die trilhaartjes geven de signalen door aan

de gehoorzenuw en zo komt het uiteindelijk aan

bij de hersenen. Je hersenen kunnen het geluid

herkennen en dan weet je wat je gehoord hebt.

2

De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 10 • Je oor: klein maar fijn!