Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  54 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 54 / 210 Next Page
Page Background

De volgende klachten kunnen optreden bij astma:

• piepend, zagend of brommend ademhalen;

• hoesten, waarbij soms slijm wordt opgehoest;

• ‘volzitten’;

• kortademigheid, in aanvallen of perioden, of bij inspanning.

Het opvallende aan astma is dat de benauwdheid en andere klachten optreden in aanvallen en in periodes.

Een aanval komt vaak ’s nachts of ’s morgens vroeg. Meestal hebben mensen met astma tijdens korte of

langere periodes geen of weinig klachten. Toch blijven de luchtwegen dan ook iets ontstoken. Vandaar dat

astma een chronische aandoening is.

Door de ontsteking aan de slijmvliezen raken de luchtwegen van een astma-patiënt snel geprikkeld door

allerlei stoffen. Veel mensen met astma zijn allergisch. De aanleg voor astma en allergieën is erfelijk. De

een krijgt bijvoorbeeld problemen door huisstofmijt, de ander kan niet tegen huisdieren of pollen. Vaak

ontstaan er klachten door niet-allergische prikkels zoals sigarettenrook, parfum en mist.

Omgaan met astma

Als je astma hebt, kun je gewoon sporten, op vakantie gaan en andere leuke dingen doen. Om klachten

te voorkomen/verminderen, kun je bijvoorbeeld medicijnen innemen, rook vermijden en rekening houden

met het weer. Naast het vermijden van prikkels, niet roken en voldoende bewegen, bestaat de behandeling

van astma voor een belangrijk deel uit het gebruik van medicijnen.

Er zijn twee soorten medicijnen die bij astma veel gebruikt worden: luchtwegverwijders en ontste-

kingsremmers. Luchtwegverwijders maken je luchtwegen wijder. Dat merk je vaak meteen: je krijgt

meer lucht. Voorbeelden zijn: Ventolin en Bricanyl. Ontstekingsremmers beschermen je luchtwegen tegen

ontstekingen. Dit zijn belangrijke medicijnen. Als je ze nodig hebt, moet je ze elke dag gebruiken: ook als

je geen last van je astma hebt. Voorbeelden zijn: Pulmicort en Becotide.

Astmamedicijnen hoef je niet in te slikken, maar moet je inhaleren. Dat wil zeggen dat je ze inademt. Je

gebruikt daarbij een inhalatieapparaatje. Daardoor komen de medicijnen meteen op de plek terecht waar

ze hun werk kunnen doen: in je luchtwegen.

Effe checken

Ik kan vertellen waar we zuurstof voor nodig hebben.

Ik kan uitleggen hoe we aan zuurstof komen.

Ik weet waar de longen zitten.

Ik kan uitleggen hoe de longen werken.

Ik kan uitleggen wat er gebeurt bij hoesten en waarom we hoesten.

Ik kan uitleggen wat astma is.

Ik kan vertellen wat er gebeurt bij een astma-aanval.

Ik kan vertellen waar je het allemaal benauwd van kunt krijgen .

Ik kan vertellen welke medicijnen er zijn tegen astma en hoe je die inneemt.

Ik kan vertellen wat je nog meer kunt doen bij astma.