Groep 5-6 • Thema 2 • Samenvatting • pagina 1
2
De wereld in het klein • Groep 5/6 • Samenvatting
Kaart 1
Grondsoorten
In Nederland vind je vier grondsoorten: zand, löss, klei
en veen.
Zand bestaat uit zeer kleine stukjes steen. Zand is on-
vruchtbaar. Om er gewassen op te kunnen verbouwen
moet zandgrond dan ook bemest worden. Zandland-
schap vind je in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord
Brabant en in Limburg.
Löss is het fijnste zand dat bestaat. Löss is wel heel
vruchtbaar en is dus geschikt voor akkerbouw en fruit-
teelt. Je vindt löss alleen in Zuid-Limburg.
Kleigrond vind je langs de grote rivieren en in de kust-
gebieden. Klei is veel fijner dan zand. Zo fijn zelfs dat je
de korrels niet meer met het blote oog kunt zien. Gras
groeit er goed op. Daarom vind je in kleilandschappen
veel veeteelt. Kleilandschappen vind je vooral in Gro-
ningen, Friesland, Flevoland, Noord Holland en Zee-
land. Ook langs grote rivieren vind je kleilandschappen.
Veen is een natte en sponsachtige grondsoort, die be-
staat uit dode plantenresten. Veengrond is niet geschikt
voor landbouw omdat de grond zo drassig is. Veenland-
schappen vind je in delen van Groningen, Friesland en
Drenthe en een paar kleine stukken in Noord Brabant,
maar ook in Noord- en Zuid-Holland en in het westen
van Utrecht.
Kaart 3
Leven rond de sloot
In Nederland vind je veel sloten. Deze sloten zijn door
mensen gegraven. Zo’n sloot is ervoor om het water af
te voeren. Anders wordt het land te nat.
In en om de sloot leven veel dieren. Je vindt er vooral
veel insecten, zoals muggen, libellen, kevers en water-
mijten. De sloot is een fijne woonplaats voor insecten en
hun larven, omdat er zoveel voedsel te vinden is.
Kaart 2
Kleine landen




