Kennisaspecten
De leerling weet hoe een slak leeft.
Slakken
De slak behoort tot de weekdieren. Dat zijn dieren die
geen beenderen of botten hebben. Mossels, oesters en
inktvissen behoren ook tot de weekdieren. De meeste
weekdieren hebben een schaal, schelp of slakkenhuis
als ‘woning’ en als bescherming.
Veel slakken hebben een slakkenhuis. Daarin kan het
dier zich terugtrekken. Dat doet het, als er gevaar dreigt.
Het is dan goed beschermd. Ze zijn er in allerlei maten,
vormen en kleuren.Bij sommige slakken kan het huis
nog worden afgesloten door een deksel.
Er zijn ook slakken zonder slakkenhuis. We noemen ze
de naaktslakken. Ze leven in de tuin, bij het weiland, in
de sloot. De naaktslak heeft geen schelp maar soms een
verhoornd middendeel op de rug. De meeste soorten
slakken leggen eitjes.
Na een tijdje komen ze uit. De slakjes zijn heel klein. Ze
hebben al een heel klein slakkenhuis. Dat groeit mee
met het lichaam van het dier. De belangrijkste vijanden
van slakken zijn vogels. Veel vogels zoeken slakken en
eten ze op. Slakken hebben constant een laag slijm om
het lichaam. Daardoor droogt de slak niet uit. Uit zijn
lichaam komt voortdurend slijm, waardoor hij zo vochtig
blijft. Een slak beweegt zich voort door te kruipen op één
grote voet. Dit gaat erg langzaam. Hij laat daarbij een
slijmspoor achter. Bij zijn kop zitten twee voelsprieten.
Die kan hij helemaal intrekken. Daarnaast zitten nog
twee steeltjes met daarop de ogen. Ook die ogen op
steeltjes kan hij intrekken.
Effe checken
Ik kan uitleggen wat weekdieren zijn.
Ik ken enkele soorten slakken.
Ik ken het verschil tussen een naaktslak en een huisjesslak.
Ik kan uitleggen waarom een slak een slakkenhuis heeft.
Ik weet waar een slakkenhuis van gemaakt is.
Ik kan uitleggen waarom een slak slijmerig is.
Ik kan vertellen wat slakken eten.
Ik kan uitleggen waarom veel boeren niet blij zijn met slakken.
2
De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 15 • Het slakkenhuis
Voedsel
De meeste slakken leven op het land. De meeste landslakken
leven van afval en planten. Zo eet de tuinslak vooral blaadjes
van koolplanten en sla. Daardoor zijn veel slakken schadelijk
voor landbouw. Ook leven er slakken in de zee. De wulk
bijvoorbeeld kruipt over de bodem van de zee. Hij is op zoek naar
dode vissen. Daar eet hij van. Het slakkenhuis van de wulk kun je
soms op het strand vinden. Evenals de huisjes van andere soorten.
Er zijn ook slakken die je kunt eten. Bijvoorbeeld de alikruik (een
zeeslak) of de wijngaardslak. In Frankrijk kweekt men speciaal
slakken om te eten.




