Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  58 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 58 / 210 Next Page
Page Background

Kennisaspecten

De leerling weet hoe een slak leeft.

Slakken

De slak behoort tot de weekdieren. Dat zijn dieren die

geen beenderen of botten hebben. Mossels, oesters en

inktvissen behoren ook tot de weekdieren. De meeste

weekdieren hebben een schaal, schelp of slakkenhuis

als ‘woning’ en als bescherming.

Veel slakken hebben een slakkenhuis. Daarin kan het

dier zich terugtrekken. Dat doet het, als er gevaar dreigt.

Het is dan goed beschermd. Ze zijn er in allerlei maten,

vormen en kleuren.Bij sommige slakken kan het huis

nog worden afgesloten door een deksel.

Er zijn ook slakken zonder slakkenhuis. We noemen ze

de naaktslakken. Ze leven in de tuin, bij het weiland, in

de sloot. De naaktslak heeft geen schelp maar soms een

verhoornd middendeel op de rug. De meeste soorten

slakken leggen eitjes.

Na een tijdje komen ze uit. De slakjes zijn heel klein. Ze

hebben al een heel klein slakkenhuis. Dat groeit mee

met het lichaam van het dier. De belangrijkste vijanden

van slakken zijn vogels. Veel vogels zoeken slakken en

eten ze op. Slakken hebben constant een laag slijm om

het lichaam. Daardoor droogt de slak niet uit. Uit zijn

lichaam komt voortdurend slijm, waardoor hij zo vochtig

blijft. Een slak beweegt zich voort door te kruipen op één

grote voet. Dit gaat erg langzaam. Hij laat daarbij een

slijmspoor achter. Bij zijn kop zitten twee voelsprieten.

Die kan hij helemaal intrekken. Daarnaast zitten nog

twee steeltjes met daarop de ogen. Ook die ogen op

steeltjes kan hij intrekken.

Effe checken

Ik kan uitleggen wat weekdieren zijn.

Ik ken enkele soorten slakken.

Ik ken het verschil tussen een naaktslak en een huisjesslak.

Ik kan uitleggen waarom een slak een slakkenhuis heeft.

Ik weet waar een slakkenhuis van gemaakt is.

Ik kan uitleggen waarom een slak slijmerig is.

Ik kan vertellen wat slakken eten.

Ik kan uitleggen waarom veel boeren niet blij zijn met slakken.

2

De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 15 • Het slakkenhuis

Voedsel

De meeste slakken leven op het land. De meeste landslakken

leven van afval en planten. Zo eet de tuinslak vooral blaadjes

van koolplanten en sla. Daardoor zijn veel slakken schadelijk

voor landbouw. Ook leven er slakken in de zee. De wulk

bijvoorbeeld kruipt over de bodem van de zee. Hij is op zoek naar

dode vissen. Daar eet hij van. Het slakkenhuis van de wulk kun je

soms op het strand vinden. Evenals de huisjes van andere soorten.

Er zijn ook slakken die je kunt eten. Bijvoorbeeld de alikruik (een

zeeslak) of de wijngaardslak. In Frankrijk kweekt men speciaal

slakken om te eten.