Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  61 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 61 / 210 Next Page
Page Background

Kaart 10

Het oor

Geluiden zijn eigenlijk trillingen in de lucht. Eerst wordt

het geluid opgevangen door je oorschelp, het uitwendig

oor. Je oorschelp stuurt het geluid je gehoorgang in. Dit

gedeelte is het middenoor. Daar komt het geluid aan

bij het trommelvlies. Door de geluidstrillingen gaat het

trommelvlies ook trillen. Die trilling zet weer de drie ge-

hoorbeentjes in beweging. Zo wordt het geluid doorge-

geven aan het binnenoor. Het binnenoor heeft de vorm

van een slakkenhuis. Er zitten vloeistof en trilhaartjes in.

Die trilhaartjes gaan trillen en geven signalen door aan

de gehoorzenuw. En zo komt het uiteindelijk aan bij de

hersenen. Je hersenen kunnen het geluid herkennen en

dan weet je wat je gehoord hebt.

Van te veel lawaai kun je doof worden. Lawaai zorgt

ervoor dat de trilharen in je oren verslijten. Oude men-

sen horen vaak minder goed. Dat kan komen doordat

de haarcellen door ouderdom zijn versleten. Ouderen

die doof zijn omdat ze een probleem aan het middenoor

hebben, kunnen een hoortoestel of gehoorapparaat ne-

men. Daar zit een microfoontje in dat het geluid versterkt.

Groep 5-6 • Thema 2 • Samenvatting • pagina 3

Kaart 9

Kippen

Een vrouwtjeskip heet een hen. Hennen leggen eieren

en broeden ze uit. Het mannetje noemen we een haan.

Hennen hebben minder opvallende kleuren dan hanen,

want als ze op hun nest zitten, mogen ze niet opvallen.

Een haan moet pronken met zijn veren. Daarom heeft

hij meer kleur, langere staartveren en een grotere kam

op zijn kop dan een hen. En een haan pronkt door te

kraaien.

Kippen leggen iedere dag een ei. In de kip zitten eicel-

len. Zo’n eicel wordt een geel bolletje: de dooier. In de

kip wordt van die dooier een ei gemaakt. Er komen eiwit

en een schaal omheen. Als het ei klaar is komt het naar

buiten: het ei wordt gelegd.

Als een haan paart met de hen wordt het ei bevrucht.

De kip gaat er dan op zitten broeden, om het ei warm te

houden. In het ei groeit dan een kuikentje. Het kuiken

haalt voedsel uit de dooier en vocht uit het eiwit. Als het

kuikentje groot genoeg is, maakt hij met zijn snavel een

gat in de schaal en komt naar buiten.

Kaart 8

Mieren

Mieren zijn insecten. Ze leven altijd in een volk. Mieren

wonen in een mierennest onder de grond. Een mieren-

nest bestaat uit een aantal gangen en kamers. In één

van die kamers zit de koningin. Die doet niets anders

dan eitjes leggen. Uit de eieren komen larven. Na een

paar dagen verpoppen de larven zich in een cocon. Na

een tijdje kruipt de volwassen mier uit de cocon.

De andere vrouwtjes kunnen geen eitjes leggen. Dit

zijn de werksters. De werksters hebben allerlei taken,

zoals verkennen, verdedigen van het nest, zorgen voor

de jonge mieren, voedsel verzamelen en het nest bou-

wen en opruimen. Er zijn ook af en toe mannetjes. Die

hebben als enige taak paren met de koningin.