Kaart 5
Luizen
Een luis is een insect. Een luis is een parasiet. Dat wil
zeggen dat hij een gastheer nodig heeft om te kunnen
overleven. Luizen leven van bloed van hun gastheer.
De hoofdluis leeft op het hoofd van mensen. Hij boort
een gaatje in je hoofdhuid. Het spuug van de hoofdluis
zorgt voor jeuk. Een luis wordt geboren uit een eitje. Die
noemen we neten. Die neten plakt de luis vast aan het
begin van de haar, vlakbij je hoofdhuid. Je kunt ze er
niet uitwassen met gewone shampoo. Luizen kunnen
niet springen of vliegen. Ze lopen over. Je kunt ze al-
leen krijgen als je haar in contact komt met iemand die
al luizen heeft. Ook kunnen ze overlopen via kleding
en kussens.
Luizen kun je bestrijden door te kammen met een ne-
tenkam. Ook kun je bij de drogist shampoo en lotion
kopen om de luizen te doden.
Kaart 6
Zonnewijzer
Al heel vroeger probeerden mensen de tijd te meten.
De mensen zagen dat de zon zorgt voor het verschil
tussen dag en nacht. En dat zomer, herfst, winter en
lente elkaar opvolgen. Het meten van de tijd deden ze
eerst met een zonnewijzer. Dat was gewoon een stokje
in de grond. Als de zon draaide, verschoof de schaduw
ervan. Zo kon je ongeveer zien hoe laat het was. De
mensen wilden de tijd graag preciezer weten. Na al-
lerlei andere bedenksels werden uiteindelijk de klok en
het horloge uitgevonden.
Groep 5-6 • Thema 2 • Samenvatting • pagina 2
Kaart 4
Paddenstoelen
In de natuur helpen schimmels bij het opruimen van
afval. Schimmels leven namelijk van dode planten. De
zaadjes van schimmels heten sporen. Uit deze sporen
groeien schimmeldraden. Alle draden samen noemen
we een zwamvlok. Schimmeldraden groeien onder de
grond. In de zwamvlok groeien broedknoppen. Hier
zitten nieuwe sporen in. Uit deze knoppen groeien de
vruchten van de schimmel: paddenstoelen. Onder de
hoed van een paddenstoel zitten plaatjes en buisjes,
waarin de sporen bewaard worden. Die sporen vallen
weer op de grond en dan kan er een nieuwe schimmel
uitgroeien.
Paddenstoelen zie je vooral in de herfst. Er is dan veel
voedsel voor schimmels. De sporen hebben een voch-
tige bodem en niet te veel kou nodig om te kunnen
groeien.
Kaart 7
De flessentuin




