Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  162 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 162 / 210 Next Page
Page Background

Gemengde bedrijven

De eerste boeren hielden vee en verbouwden ge-

wassen. Dit is eigenlijk heel lang zo gebleven: tot on-

geveer 75 jaar geleden waren de meeste boerderijen

gemengde bedrijven. Dat wil zeggen dat de boer aan

landbouw én aan veeteelt deed. De producten van

de landbouw gebruikte hij als eten voor zijn gezin en

zijn dieren.

Wat overbleef, werd verkocht of verder bewerkt. Zo

werd op de boerderij van melk kaas, slagroom, boter

en karnemelk gemaakt. De wol van de schapen werd

gesponnen. Van het garen breide de boerin truien,

sokken en dassen. Van het graan werd brood ge-

maakt en van het fruit jam.

Boerenwerk vroeger en nu

Duizenden jaren is er weinig veranderd aan het

boerenwerk. Maar door de uitvindingen van de laat-

ste tweehonderd jaar is er wel veel veranderd. De

uitvinding van allerlei machines heeft het leven van

een boer behoorlijk veranderd. Klussen die de boer

vroeger zelf moest doen, worden nu door machines

gedaan. Vroeger moest de boer dit allemaal met de

hand doen. Daardoor gaat het werk nu veel sneller en

is het lichamelijk veel minder zwaar.

Zo werden de koeien met de hand gemolken, ’s zo-

mers ging de boer of boerin naar het weiland met de

koeien. Zij werden dan opgehaald en aan een wagen

vastgebonden om daarna gemolken te worden. De

melk werd opgevangen in een emmer en werd daarna

in bussen gedaan. Nu zijn er melkmachines die hel-

pen bij het melken, de melkrobot is zelfs een volledig

automatische machine die koeien melkt.

De grond werd omgeploegd met hulp van paarden of

andere trekdieren. Het trekpaard is nu vervangen door

de tractor.

Zaaien, oogsten, mesten en besproeien gebeurt nu

met grote landbouwmachines. Dankzij kunstmest en

bestrijdingsmiddelen is het gemakkelijker om veel ge-

wassen te telen.

De laatste dertig à veertig jaar zijn veebedrijven sterk

gegroeid. Een boer kan vaak niet meer land kopen als

hij meer vee wil gaan houden. De boeren gaan daar-

om méér dieren verzorgen op een kleiner stuk grond.

Ook gaan ze zich specialiseren. Dat betekent dat ze

nog maar één diersoort houden. De boer die vroeger

varkens, koeien en kippen en een paar akkers had,

wordt nu varkenshouder, melkveehouder of pluimvee-

houder. Door zich te richten op één diersoort kunnen

veebedrijven sneller en goedkoper werken. Gemeng-

de bedrijven kom je dus niet veel meer tegen.

De boeren hebben het tegenwoordig niet gemakkelijk.

De boer krijgt weinig geld voor zijn producten en de

kosten die hij moet maken zijn heel hoog. Veel boeren

stoppen er daarom mee, of ze gaan naast hun be-

drijf iets anders beginnen. Ook emigreren veel boeren

naar een ander land. De boeren die doorgaan, pro-

beren met andere dieren hun geld te verdienen. Ze

beginnen een paardenstalling, een paardenmanege,

een vis- of palingkwekerij of een struisvogelhouderij.

Ze beheren voor een natuurorganisatie een natuur-

gebied of landgoed, ze laten mensen op hun erf kam-

peren, ze verkopen streekproducten of werken part-

time op een fabriek of kantoor. Ook zijn er boeren die

biologisch gaan werken (diervriendelijker, met natuur-

lijke bestrijdingsmiddelen en bemesting), omdat hier

tegenwoordig veel vraag naar is.

Effe checken

Ik kan vertellen hoe de eerste boeren leefden.

Ik kan uitleggen waarom veel Middeleeuwse boeren een zwaar leven hadden.

Ik kan uitleggen wat horige boeren zijn.

Ik kan enkele verschillen noemen tussen het werk van een boer nu en vroeger.