Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  163 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 163 / 210 Next Page
Page Background

5

Boerderij • Groep 5/6 • Kaart 15 • Kun je gras eten?

Kennisaspecten

De leerling (her)kent de belangrijkste graansoorten als tarwe, haver, gerst en rogge.

De leerling weet hoe een aar in elkaar zit.

De leerling kent de verschillen tussen het boerenwerk nu en vroeger.

Granen

Granen (ook wel koren genoemd) zijn een soort grote

grassen, die door mensen veel worden verbouwd, omdat

we de zaden kunnen gebruiken om voedsel te maken.

Er zijn veel soorten graan. In Nederland worden tarwe,

rogge, gerst en haver verbouwd. De plant heeft lange

dunne stengels met lange dunne bladeren. Bovenop de

stengel groeit een bloem, die de aar wordt genoemd. In

de aar groeien de korrels of zaden. Deze graankorrels

worden door de boer geoogst en verkocht. Daar is het

de boer om te doen. Van gedroogde stengels kan stro

worden gemaakt. Om de graankorrel zit een vliesje. Dat

vliesje wordt het kaf genoemd. Aan het kaf kun je goed

zien wat voor soort graan het is.

Tarwe

De bekendste graansoort is tarwe. Tarwe is in Nederland

de meest verbouwde graansoort en wordt vooral in

gebieden met kleigrond verbouwd. Door kruising en

selectie zijn er van gewone tarwe duizenden rassen

gekweekt met verschillende eigenschappen en een

steeds hogere opbrengst per hectare. Meel van gewone

tarwe is geschikt voor het maken van brood, biscuit

en gebak. Pasta’s worden meestal van durumtarwe

gemaakt. Tarwekorrels zijn stevig omsloten door de

kafjes en er zitten weinig korrels op een aar. Het kaf is

glad of er groeien piepkleine naaldjes op.