Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  159 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 159 / 210 Next Page
Page Background

De melkveehouderij

En melkveehouder heeft dus een groot stuk grasland

rondom zijn boerderij. Hier lopen de koeien van het

voorjaar (maart) tot het begin van de winter (novem-

ber) vrij rond. In november gaan de koeien op stal.

Dit is niet zo zeer vanwege de kou, maar vooral om-

dat het gras niet meer groeit en de koeien bovendien

het weiland kapot zouden trappen.

’s Winters hebben de koeien in de meeste melkvee-

houderijen een ligboxenstal als onderdak. Daarin

kunnen ze vrij rondlopen. Voor elke koe is er een

ligbox met op de bodem meestal een koematras

van rubber of zelfs een waterbed. Daar kunnen de

koeien liggen om te slapen of te herkauwen. Eten

kunnen ze wanneer ze trek hebben. Daarvoor moe-

ten ze hun kop door het voederhek steken. De boer

zorgt voor een voorraad gras. Dit is geen vers gras,

maar gedroogd gras (kuilgras). In het voorjaar maait

de boer een deel van het gras en laat dat drogen

op het land. Het gedroogde gras wordt op een grote

hoop gegooid, zodat het kan inkuilen. Dat wil zeggen

dat over het gras wordt gereden om de lucht eruit te

krijgen. Daarna wordt dit gras bedekt met plastic en

zand, zodat de smaak en de voedingsstoffen van het

gras behouden blijven. Deze grashopen zie je dan

ook vaak in weilanden liggen.

De koeien worden gemolken in een aparte ruimte die

aan de stal grenst, de melkstal. Voor het melken ge-

bruikt de boer een melkmachine waarop een groepje

koeien tegelijkertijd kan worden aangesloten. Op hy-

permoderne bedrijven worden de koeien door een

melkrobot gemolken, die zelf het melkapparaat aan

de uier vastmaakt. De melk gaat rechtstreeks van

de uier naar de koeltank. Deze koeltank wordt re-

gelmatig door een vrachtwagen van een melkfabriek

geleegd.

De belangrijkste taken van een melkveehouder zijn:

• het verzorgen van de dieren;

• het melken van de koeien;

• het zorgen voor voer voor de koeien;

• het schoonhouden van de stal;

• het onderhouden van het weiland

(maaien, bemesten, natuurbeheer);

• verwerken van de mest.

Effe checken

Ik kan uitleggen wat veeteelt is en wat een melkveehouder is.

Ik weet welke grondsoort er nodig is voor veeteelt.

Ik kan op een kaart aangeven in welke delen van Nederland er veeteelt is.

Ik weet hoe een melkveehouderij eruit ziet.

Ik kan enkele taken van een melkveehouder noemen.