Groep 5-6 • Thema 4 • Samenvatting • pagina 3
Kaart 10
Bollen en knollen
In bollen en knollen zit voedsel dat de plant nodig heeft
om in het voorjaar te kunnen groeien. Een bol heeft een
ui-vorm en bestaat uit allemaal laagjes. Die laagjes he-
ten rokken of schubben. Een knol heeft niet echt een
vaste vorm. Een knol bestaat niet uit laagjes.
Kaart 11
Brood maken
In alle soorten brood zit ongeveer hetzelfde. Meel, gist
en water. Meel is gemalen graan. Door gist aan het
meel toe te voegen, rijst het brood en wordt het luchtig.
Van meel, gist en water wordt deeg gemaakt in een
kneedmachine. Van het deeg worden bollen gemaakt,
die in de bollenkast gaan rijzen. Daarna kunnen de
bollen in metalen vormen de oven in om gebakken te
worden.
Een bakker die alles zelf doet heet een warme bakker.
Kaart 12
Melkveehouderij
Boeren die dieren houden voor de melk of voor de
slacht, noemen we veehouders. Melkveehouders heb-
ben vooral koeien voor melk. Melkveehouderijen vin-
den we vooral in klei- en veengebieden als Groningen,
Friesland en Noord-Holland, omdat hier veel weilan-
den zijn.
Kaart 13
Huisdieren
Mensen hebben huisdieren voor de gezelligheid, om
kinderen te leren zorgen voor dieren en soms ook voor
voedsel (eieren, melk, vlees). Als je een huisdier hebt,
moet je er wel goed voor zorgen!




