Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  34 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 34 / 210 Next Page
Page Background

Kennisaspecten

De leerling kent de verschillen tussen de grondsoorten die in Nederland voorkomen

(zand, klei, löss en veen).

Zand

Zand is los, korrelig materiaal en één van de meest

voorkomende natuurlijke stoffen op aarde. Zand be-

staat uit zeer kleine stukjes steen, zandkorrels, die

in grootte variëren tussen 0,06 en 2 millimeter. Als

de korrels nog kleiner zijn heet de grondsoort leem,

worden de korreltjes nog kleiner en zijn ze met het

blote oog bijna niet meer te zien, dan heet het klei; bij

grotere steentjes dan zand, spreekt men van grind.

In Nederland zijn veel zandlandschappen te vinden.

Vrijwel geheel Noord-Brabant bestaat uit zandgrond,

evenals Gelderland boven de rivieren, Oost-Utrecht,

Overijssel, Drenthe en het oosten van Friesland.

Water zakt gemakkelijk tussen de zandkorrels door.

Daardoor zijn hoge zandgronden droog. Voedings-

stoffen spoelen er makkelijk tussenuit. Daarom zijn

zandgronden eigenlijk onvruchtbaar. Voor de land-

bouw moet er dan ook mest toegevoegd worden.

Door eeuwenlange bemesting is er echter vaak een

dikke zwarte laag humus op de zandgronden ont-

staan. Voor landbouwproducten is deze grond een

perfecte voedingsbodem. In zandlandschappen vind

je daarom ook veel akkerbouw terug

Löss

Löss vinden we alleen in het heuvellandschap van

Zuid-Limburg. Löss is heel fijn zand dat gemakkelijk

door de wind kon worden weggeblazen. Niet zomaar

zand, maar het fijnste zand dat er bestaat. In tegen-

stelling tot zand houdt löss wél water vast en spoelen

de voedingsstoffen niet snel weg. Löss is vruchtbaar

en dus geschikt voor akkerbouw en fruitteelt.

Door de hoogteverschillen in Zuid-Limburg was het

echter niet makkelijk om overal akkers te maken.

Daarom vind je op de steile hellingen van de heuvels

minder akkerbouw. Bovendien liepen de boeren het

risico dat de grond weg zou spoelen. Echt steile hel-

lingen zijn daardoor meestal bebost.

Klei

Klei is nog weer fijner dan löss. Zo fijn zelfs dat je de

korrels niet meer met het blote oog kunt zien. Je vindt

klei langs de grote rivieren en in de kustgebieden.

Het houdt water goed vast. Daardoor is het lastig om

gewassen te verbouwen op kleigrond.

Alleen gras groeit er goed. Daarom vind je in klei-

landschappen veel veeteelt. Klei is daarnaast een

goede delfstof om bakstenen van te maken.

2

De wereld in het klein • Groep 5/6 • Kaart 1 • Wat hebben we waar?