Op de bodem van de sloot ligt afval van dode planten en dieren. Bacteriën
zorgen ervoor dat het afval wordt opgeruimd. Kleine plankton-diertjes, zoals het
pantoffeldiertje, leven van die bacteriën. Kleine visjes, watervlooien en insecten
leven op hun beurt weer van de planktondiertjes.
In en op de slootmodder leven zoetwaterpissebedden. Zij zijn echte afvalopruimers,
net als slakken.
Naast opruimers leven er ook roofdieren in de sloot. De larve van de libel is
een echte rover met vlijmscherpe kaken, die eruitzien als dolken. Hij vangt zelfs
stekelbaarsjes. Na één tot drie jaar kruipt hij uit de sloot en verandert in een libel.
Ook de larve van de geelgerande watertor is een grote rover. Hij kan groter worden
dan je wijsvinger.
Een andere rover is de waterspin. Het is de enige spin ter wereld die onder water
leeft. Daar maakt hij een grote luchtbel tussen de waterplanten. In de luchtbel zit hij
droog en kan hij ademen.
Af en toe schiet hij uit de luchtbel om een prooi te pakken. In sloten en vaarten leven
twee soorten stekelbaarsjes: de driedoornige en de tiendoornige. Het zijn kleine
visjes. Zoals de naam al zegt, kun je ze herkennen aan het aantal stekels op de rug.
Het driedoornige stekelbaarsje is het grootst. Het mannetje maakt in het voorjaar
een nestje, waarin het vrouwtje haar eitjes legt. Daarna bewaakt het mannetje de
eitjes tot ze uitkomen.
Net als veel waterdieren zijn stekelbaarsjes gestroomlijnd. Daardoor kunnen ze
sneller door het water schieten.
De echte waterdieren leven onder het wateroppervlak. Zij hebben kieuwen. Daarmee
kunnen ze zuurstof uit het water halen. Heel kleine diertjes ademen gewoon door
hun huid. Sommige waterslakken hebben longen. Andere hebben kieuwen.
Effe checken
Ik kan een aantal insecten noemen dat bij een sloot leeft.
Ik kan een beschrijving geven van een insect dat bij de sloot leeft, met daarin:
waar bij de sloot het insect leeft
waarom het insect bij de sloot leeft
wat het insect eet
welke vijanden het insect heeft




