Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  32 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 32 / 210 Next Page
Page Background

Groep 5-6 • Thema 1 • Effe checken • pagina 4

Kaart 11

Gaaf, schoolreisje!

Ik kan een schoolreis plannen.

Ik kan uitzoeken hoeveel een schoolreis kost.

Ik kan een kaart maken met een routebeschrijving.

Wat ik moet weten of kunnen

Sleutelwoorden

schoolreis

bestemming

route

kaart

begeleiders

vervoer

kosten

eten en drinken

Kaart 14

Van Wolvega

naar Biggekerke

Ik kan een routeplanner op internet gebruiken.

Ik kan een route op een kaart intekenen.

Wat ik moet weten of kunnen

Sleutelwoorden

route

routeplanner

internet

kaart

Kaart 13

Je eigen reisgids

Ik kan een beschrijving geven van een zelfgekozen land in

Europa, met daarin in ieder geval:

- informatie over het klimaat en de natuur - informatie

over de taal - informatie over het eten - informatie over de

munteenheid - belangrijke steden en bezienswaardigheden

Wat ik moet weten of kunnen

Sleutelwoorden

vakantieland

Europa

klimaat

weer

natuur

taal

munteenheid

eten en drinken

steden

Kaart 12

Opa op reis

Ik kan beschrijven hoe een vakantie ging in de tijd waarin mijn

opa jong was.

Ik kan een aantal verschillen noemen tussen vakanties nu en

vroeger.

Ik kan uitleggen waarom er steeds meer mensen op vakantie

en waarom we steeds vaker op vakantie gaan.

Ik kan uitleggen waarom we nu op vakantie veel verder weg

gaan dan vroeger.

Wat ik moet weten of kunnen

Sleutelwoorden

vakantie

vaker op vakantie

verder weg

geld

meer vrije dagen

Sleutelwoorden

reizen

werk

plezier

lopen

fiets

auto

openbaar vervoer

(OV)

trein

tram

metro

bus

kaartje

strippenkaart

OV chipkaart

lijndienst

dienstregeling

taxi

veerpont

watertaxi

Kaart 15

Waarom reizen

mensen zoveel?

Ik kan voorbeelden geven waar mensen naartoe reizen.

Ik kan vertellen waarom mensen reizen.

Ik kan minstens drie manieren van reizen noemen.

Ik kan uitleggen wat openbaar vervoer is.

Ik kan minstens vijf voorbeelden geven van openbaar vervoer.

Ik kan vertellen hoe we betalen voor het openbaar vervoer.

Ik kan het verschil tussen een trein, tram en metro uitleggen.

Ik kan uitleggen wat een lijndienst en een dienstregeling is.

Ik kan uitleggen wat een taxi is.

Wat ik moet weten of kunnen