Groep 5-6 • Thema 1 • Samenvatting • pagina 4
Voor de fiets en de auto werden uitgevonden, liepen
de mensen. Of ze reisden met boot of paard. Spullen
werden vervoerd met paard en wagen. Met een koets
konden ook mensen of spullen worden vervoerd.
De fiets is pas 200 jaar geleden uitgevonden. De eer-
ste fiets was een loopfiets: een plank met twee wielen,
waarbij je je benen gebruikte om je voort te bewegen.
Later werden er trappers aan het voorwiel gemaakt.
Het voorwiel was heel groot en het achterwiel was heel
klein. Deze fiets wordt de hoge bi genoemd.
De eerste auto werd gemaakt in 1885. Die kon niet hard
rijden. Alleen hele rijke mensen hadden zo’n auto. Toen
Henri Ford in 1908 een fabriek opende waar aan de lo-
pende band auto’s gemaakt werden, konden veel meer
mensen een auto betalen. De auto’s werden steeds
sneller en veiliger. Er komen ook steeds meer auto’s.
Maar daardoor wordt het heel druk op de wegen en zijn
er ook meer files. Al dat verkeer is bovendien erg slecht
voor ons milieu.
De eerste treinen reden op stoom. Veel mensen wa-
ren bang voor deze ‘stalen monsters’. Nu heb je overal
dieseltreinen en elektrische treinen. In veel landen vind
je een uitgebreid spoorwegnetwerk. Tegenwoordig zijn
er ook hogesnelheidstreinen. In 1903 ging er voor het
eerst een vliegtuig de lucht in. De gebroeders Wright
vlogen met hun zelfgemaakte vliegtuig 50 meter. Pas
in 1927 lukte het Charles Lindbergh om van New York
naar Parijs te vliegen. De vliegtuigen zijn daarna sneller,
beter en groter geworden. De eerste vliegtuigen hadden
nog propellers aan de voorkant en meerdere vleugels
(twee of drie lagen). Dankzij de uitvinding van de straal-
motor konden hele snelle vliegtuigen worden gebouwd
(straaljagers).
Kaart 10
Vervoermiddelen
Kaart 11
Gaaf schoolresije
Kaart 12
Opa op reis




