Effe checken
Ik kan een paar voorbeelden noemen van neerslag.
Ik kan uitleggen hoe regen, sneeuw en hagel ontstaan.
Ik kan uitleggen hoe onweer ontstaat.
Ik weet wat ijzel, dauw en rijp zijn.
Ik kan uitleggen hoe mist ontstaat.
IJzel
Als de grond bevroren is en een zachte wind
voert erg vochtige lucht aan, dan zet dit vocht
zich af op de grond. Daar verandert het in een
laag zeer hard ijs. IJzel maakt de grond spek-
glad. IJzel komt vooral veel voor als het regent
terwijl het aan de grond vriest.
Dauw en rijp
In het voorjaar en najaar zijn planten, gras en
straatstenen ’s morgens vaak bedekt met fijne
druppeltjes water. Dit vocht is in de nacht ge-
vormd. ’s Nachts is de lucht namelijk kouder.
Daardoor koelt de grond af. De onzichtbare
waterdamp die in de warme lucht van overdag
zit, condenseert tot waterdruppeltjes. Dit is
dauw. Als het aan de grond vriest, kunnen de
dauwdruppeltjes bevriezen. Dit wordt rijp ge-
noemd. Er zit dan een dun ijslaagje om gras-
sprieten en dergelijke.
Mist
Mist vormt zich bij kalm weer, wanneer de lucht
te veel waterdamp bevat. Komt deze vochtige,
warme lucht in aanraking met een koude lucht-
stroom, dan verandert de waterdamp in hele
kleine waterdruppels. De waterdamp conden-
seert en vormt een wolk. Deze blijft boven de
grond of boven het water hangen. Soms kan
mist zo dicht zijn, dat je nauwelijks een hand
voor ogen ziet.




