Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  192 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 192 / 210 Next Page
Page Background

Effe checken

Ik kan een paar voorbeelden noemen van neerslag.

Ik kan uitleggen hoe regen, sneeuw en hagel ontstaan.

Ik kan uitleggen hoe onweer ontstaat.

Ik weet wat ijzel, dauw en rijp zijn.

Ik kan uitleggen hoe mist ontstaat.

IJzel

Als de grond bevroren is en een zachte wind

voert erg vochtige lucht aan, dan zet dit vocht

zich af op de grond. Daar verandert het in een

laag zeer hard ijs. IJzel maakt de grond spek-

glad. IJzel komt vooral veel voor als het regent

terwijl het aan de grond vriest.

Dauw en rijp

In het voorjaar en najaar zijn planten, gras en

straatstenen ’s morgens vaak bedekt met fijne

druppeltjes water. Dit vocht is in de nacht ge-

vormd. ’s Nachts is de lucht namelijk kouder.

Daardoor koelt de grond af. De onzichtbare

waterdamp die in de warme lucht van overdag

zit, condenseert tot waterdruppeltjes. Dit is

dauw. Als het aan de grond vriest, kunnen de

dauwdruppeltjes bevriezen. Dit wordt rijp ge-

noemd. Er zit dan een dun ijslaagje om gras-

sprieten en dergelijke.

Mist

Mist vormt zich bij kalm weer, wanneer de lucht

te veel waterdamp bevat. Komt deze vochtige,

warme lucht in aanraking met een koude lucht-

stroom, dan verandert de waterdamp in hele

kleine waterdruppels. De waterdamp conden-

seert en vormt een wolk. Deze blijft boven de

grond of boven het water hangen. Soms kan

mist zo dicht zijn, dat je nauwelijks een hand

voor ogen ziet.