Veerkracht
Waarom stuitert een bal? Als een bal
op een harde ondergrond komt, deukt
de bal een stukje in. Dat komt doordat
het materiaal waaruit een bal bestaat
zachter is dan het materiaal waaruit
de ondergrond bestaat. We noemen
dat indeuken van de bal elasticiteit.
Elastisch materiaal deukt niet alleen
in, maar de deuk verdwijnt ook vanzelf
weer. Doordat de deuk in de bal
verdwijnt, komt de bal weer omhoog.
Oftewel: de bal veert terug. Dit in- en
uitdeuken van elastisch materiaal
wordt ook wel veerkracht genoemd.
De snelheid en kracht waarmee het
voorwerp neerkomt, bepaalt hoe diep
het voorwerp indeukt. De mate waarin
voorwerpen stuiteren hangt af van de
volgende factoren:
• het materiaal waaruit het voorwerp
bestaat: harde ballen stuiteren
beter dan zachte ballen;
• de vorm van het voorwerp;
• de valhoogte: hoe groter de
valhoogte, hoe hoger de bal
stuitert (dit geldt niet voor hele
lichte ballen die last hebben van
luchtweerstand!) en hoe hoger
de stuiter, hoe langer de bal
doorstuitert;
• het gewicht van het voorwerp dat
stuitert;
• het type ondergrond: een harde
ondergrond stuitert beter dan een
zachte ondergrond (vooral bij
zware ballen).
Luchtdruk
Lucht is overal om ons heen. Lucht
heeft kracht: het drukt op alles wat het
tegenkomt. Lucht duwt van alle kanten
tegelijk, waardoor je kunt blijven staan.
Het drukken van de lucht heet lucht-
druk. De luchtdruk is ongeveer 1 kilo
per vierkante centimeter, dat betekent
dat er op 1 ruitje van een ruitjesschrift
1 kilo lucht drukt. Dus hoe groter het
oppervlak, hoe harder de lucht drukt.
Daarom proberen wielrenners bijvoor-
beeld hun lichaamsoppervlakte zo
klein mogelijk te maken door over hun
stuur gebogen te zitten. Als ze rechtop
zouden zitten, zou de lucht veel harder
tegen ze aandrukken.
Kennisaspecten
De leerling weet wat veerkracht is.
De leerling weet waar de mate waarin voorwerpen stuiteren vanaf hangt.
De leerling weet wat luchtdruk is.
6
Van A tot Z • Groep 5/6 • Kaart 12 • S is van Stuiteren
Effe checken
Ik kan vertellen hoe het komt dat een bal stuitert.
Ik kan uitleggen wat we bedoelen met elasticiteit en veerkracht.
Ik weet waar het vanaf hangt hoe een voorwerp stuitert.
Ik kan uitleggen wat luchtdruk is.




