Kennisaspecten
De leerling weet wat akkerbouw is.
De leerling weet wat een boer in ieder seizoen aan werkzaamheden heeft.
Akkerbouw
Er zijn verschillende soorten boerderijen. Boeren die zich bezig houden met het
verbouwen van gewassen doen aan akkerbouw. Voorbeelden van akkerbouw die in
Nederland veel voorkomen zijn de teelt van aardappelen, granen en suikerbieten.
Een boer die aan akkerbouw doet is het hele jaar bezig. In het voorjaar moet er
geplant worden (zaaien van granen of zaden en poten van aardappels).
Het veld moet bemest worden en de plantjes moeten worden beschermd tegen
insecten en ziekten. Aan het eind van de zomer moeten de gewassen geoogst (of
gerooid) worden. De gewassen worden daarna opgeslagen of naar fabrieken en
verkopers gebracht. Daarna wordt het land weer omgeploegd voor een nieuw jaar.
De winter kan de boer gebruiken om de landbouwvoertuigen te onderhouden.
Aardappelen
De teelt van de aardappelen is voor de boer een bezigheid van het jaar rond. In maart
worden de pootaardappelen aangekocht en in de schuur opgeslagen bij 15°C. De
pootaardappelen kunnen bij deze temperatuur iets voorkiemen. In april worden de
aardappels gepoot. Dat gebeurt machinaal. De pootmachine legt de aardappelen
zo’n 35 cm van elkaar en de aanaarder schuift er de losse grond overheen. In
de maanden juni en juli zijn de aardappelvelden op hun mooist. Ondergronds
worden wortels en zijstengels aangemaakt. Aan die zijstengels worden de nieuwe
aardappelen gevormd, ongeveer 12 à 15 stuks per plant. In september volgt de
oogst. De rooimachine haalt de knollen uit de grond en stort ze op de wagen. De
aardappelen gaan direct de geventileerde schuur in om de oogst later op grootte
te kunnen sorteren. In het donker en bij temperatuur van 7°C kunnen de meeste
aardappelen tot een jaar bewaard worden. In oktober wordt de grond weer geploegd.
5
Boerderij • Groep 5/6 • Kaart 3 • Het jaar rond




