Zien
Met je ogen kun je zien. Het oog is een bol. Door de pupil, een
gaatje in het oog, komt licht naar binnen. Dat licht wordt opge-
vangen door de zenuwcellen in je netvlies. Dat netvlies zit aan
de binnenkant van de oogbol. Er zijn 2 soorten zenuwcellen
op je netvlies: staafjes en kegeltjes. In ieder oog zitten meer
dan 100 miljoen staafjes. Je kunt er alleen zwart-wit mee zien,
maar als het schemerig is kun je er nog wel mee zien. Er zijn
veel minder kegeltjes: 7 miljoen per oog. Maar met de kegel-
tjes kun je wel kleuren zien. Telkens als er licht op een staafje
of kegeltje valt, stuurt het een signaaltje naar de hersenen. In
de hersenen worden al die signalen verzameld. De zwart-witte
beelden worden samengevoegd en de beelden van de beide
ogen ook. De hersenen zorgen ervoor dat je weet wat je nou ei-
genlijk ziet. Het enige wat het oog doet, is lichtstralen omzetten
in zenuwsignaaltjes. Eigenlijk gebeurt zien pas in de hersenen
van een mens.
Horen
Geluiden zijn eigenlijk trillingen in de lucht. Die trillingen door de
lucht verspreiden zich alle kanten op. Zo komen ze bij je oren
terecht en kun je ze horen.
Eerst wordt het geluid opgevangen door je oorschelp. Je oor-
schelp stuurt het geluid je gehoorgang in. Daar komt het aan
bij het trommelvlies. Door de geluidstrillingen gaat het trom-
melvlies ook trillen. Die trilling zet weer de drie gehoorbeentjes
(hamer, aambeeld en stijgbeugel) in beweging. Zo wordt het
geluid doorgegeven aan het binnenoor. Het binnenoor heeft de
vorm van een slakkenhuis en zit vol met vloeistof. De stijgbeu-
gel geeft de trilling door aan die vloeistof. De vloeistof in het
slakkenhuis zet weer hele kleine trilhaartjes in beweging, die op
de wand van het slakkenhuis zitten. Die trilhaartjes geven de
signalen door aan de gehoorzenuw en zo komt het uiteindelijk
aan bij de hersenen. Je hersenen kunnen het geluid herkennen
en dan weet je wat je gehoord hebt.
Effe checken
Ik ken de vijf zintuigen.
Ik kan uitleggen wat zintuigen, zenuwen en hersenen met elkaar te
maken hebben.
Ik weet wat smaakpapillen zijn.
Ik weet welke vier smaken je tong kan proeven.
Ik kan uitleggen hoe we iets kunnen zien.
Ik kan het verschil tussen staafjes en kegeltjes uitleggen.
Ik kan stap voor stap uitleggen hoe ons gehoor werkt.




