Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  181 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 181 / 210 Next Page
Page Background

Zintuigen

Je kunt met je zintuigen de wereld om je heen waarne-

men. Zonder zintuigen weet je niet wat er om je heen

gebeurt. Daarom gebruik je oren, je ogen, je neus, je

huid en je tong. Een gezond mens gebruikt vijf zintui-

gen om te horen, zien, voelen, ruiken en te proeven.

Die zintuigen zijn hulpmiddelen om de wereld beter

te snappen. Ze zorgen ook voor plezier en veiligheid.

Van muziek kun je genieten. En als je neus een

brandlucht ruikt, kun je vluchten. De zintuigen wer-

ken samen met de hersenen. Zenuwen sturen infor-

matie van de zintuigen naar de hersenen. Zenuwen

zijn eigenlijk een soort telefoonlijnen. Blinde mensen

missen een zintuig. Vaak gebruiken ze daarom hun

oren veel beter dan mensen die wel kunnen zien. Dat

geldt ook voor mensen die een ander zintuig missen.

Ruiken en proeven

Boven in je neus zit een dun velletje, je reukslijm-

vlies. Op dat velletje zitten heel veel kleine haartjes.

Alles wat je ruikt, komt daar eerst tegenaan. De geur

blijft in de haartjes hangen. Daarna komt de geur los

en kun je hem echt ruiken. De haartjes vertalen de

geur in een boodschap. ‘Lekker’ of ‘vies’ of ‘gevaar’.

Als je snuffelt en snuift, maak je je neus van binnen

groter. Op die manier kun je nog beter ruiken. Men-

sen kunnen meer dan 10 duizend geuren herkennen.

Dat is niet meteen zo. Je leert het geurtje voor geur-

tje. Het begint al als je nog een baby in je moeders

buik bent. Als een baby net geboren is, herkent hij

zijn moeder aan haar geur.

Als je dingen proeft, is je neus ook hard aan het werk.

Je tong kan alleen maar proeven of iets zoet, zuur,

zout of bitter is. Pas als je neus je tong helpt, kun

je precies zeggen wat je proeft. Als je in de spiegel

naar je tong kijkt, zie je dat hij bobbelig is. Er zit-

ten allemaal kleine pukkeltjes op. Dat zijn papillen. In

sommige papillen zitten smaakknopjes. Daar heb je

er ongeveer duizend van.

Voor op je tong zitten de papillen die zoet proeven.

Daarachter proef je zout en daarachter zuur. Hele-

maal achter op de tong kun je bitter proeven.

Proeven en ruiken werken vaak samen. De combi-

natie van smaak en geur bepaalt meestal of je iets

lekker vindt. ‘Smaken verschillen’ is een bekend ge-

zegde. En het is waar. Als je vijf mensen vraagt wat

ze lekker vinden, zeggen ze waarschijnlijk allemaal

wat anders. Kinderen lusten andere dingen dan gro-

te mensen. Je smaak ontwikkelt zich.

Kennisaspecten

De leerling kent de werking van de zintuigen om te proeven, te zien en te horen.

6

Van A tot Z • Groep 5/6 • Kaart 5 • De Z is van Zintuigen