Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  176 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 176 / 210 Next Page
Page Background

Lente

Op 21 maart begint de lente. De lente wordt ook het

voorjaar genoemd. Het is een periode ‘voor’ in het

jaar. De lente duurt drie maanden. Als de lente be-

gint, lijkt het wel alsof alles na een winterslaap weer

tot leven komt. Toch kan het nog knap koud zijn. In

de lente stijgt de temperatuur. De lucht wordt war-

mer en de zon verwarmt de grond. Aan het eind van

de lente kan het al heerlijk warm zijn.

In de lente regent het ook vaak. Dat helpt planten

bij het groeien. Aan de loofbomen worden de knop-

pen groter en er komen bladeren. Aan naaldbomen

die groen zijn gebleven, komen nieuwe, lichtgroene

scheuten. Bolplanten komen boven de grond en

beginnen te bloeien. Veel dieren gaan een nest

bouwen. Overal zie je jonge dieren. Dieren die in

de winter een winterslaap hielden of naar warmere

landen trokken verschijnen weer.

Zomer

De zomer begint op 21 juni. De zomer is de naam

van het warme jaargetijde dat na de lente komt.

’ s Zomers staat de zon hoog aan de lucht. De da-

gen zijn daardoor lang en het is warm. Dankzij de

hoge temperatuur staan buiten de bloemen volop in

bloei en groeien er overal vruchten. Overal vind je

insecten, die in dit jaargetijde volop voedsel kun-

nen vinden en zich goed kunnen voortplanten. In

Nederland regent het echter wel regelmatig in de

zomer en kan het ook vaak onweren.

Herfst

De herfst begint op 21 september. Herfst is de

naam van het jaargetijde dat na de zomer komt.

Het is vaak guur weer en de dagen worden korter.

De natuur bereid zich in dit jaargetijde voor op de

winter. In de herfst verkleuren de blaadjes en vallen

af. Er vallen zaadjes op de grond. Die zorgen voor

veel nieuwe planten in het voorjaar.

Dieren die een winterslaap houden, bouwen in de

herfst een voedselvoorraad op. Aan het eind van de

herfst trekken de dieren weg die in de winter moei-

lijk kunnen overleven. In de herfst regent het veel.

Er groeien overal paddenstoelen. Paddenstoelen

leven namelijk in een vochtige, donkere omgeving.

En dat is het in de herfst op veel plaatsen.

Kennisaspecten

De leerling kent de kenmerken van de vier jaargetijden.

6

Van A tot Z • Groep 5/6 • Kaart 2 • De J is van ’t jaar rond