Massa, volume en dichtheid
Isaac Newton (1642-1727) heeft bedacht dat massa (het
aantal kilogrammen dat een voorwerp weegt) kan worden
uitgelegd als ‘een hoeveelheid materie (materiaal, stof) die
weerstand biedt tegen het in beweging komen’. Dat bete-
kent: hoe meer massa iets heeft, hoe moeilijker het is om
het in beweging te krijgen. Volume is de hoeveelheid ruimte
die een voorwerp inneemt.
De dichtheid van een stof geeft aan hoeveel massa er in
een bepaald volume zit: hoe zwaar is een stukje materiaal
bij een bepaald volume?
In een formule: dichtheid = massa/volume.
De dichtheid van een stof is een stofeigenschap. Elke stof
heeft z’n eigen dichtheid. De dichtheid van een stof kan ver-
anderen bij verandering in temperatuur.
Zinken of drijven
Of een voorwerp zinkt, drijft of zweeft, heeft niet zozeer met
zijn massa dan wel met zijn dichtheid te maken. Vaste stof-
fen die een kleinere dichtheid hebben dan water, drijven.
Vaste stoffen waarvan de dichtheid groter is dan die van wa-
ter, zinken. Wanneer de dichtheid gelijk is, zweeft de vaste
stof in het water.
Een hol voorwerp drijft gemakkelijker dan een massief blok
omdat zijn totale dichtheid kleiner is. Een groot deel van zo’n
hol voorwerp bestaat immers uit lucht, die een relatief kleine
dichtheid bezit.
Kennisaspecten
De leerling weet waarom sommige voorwerpen drijven op water.
6
Van A tot Z • Groep 5/6 • Kaart 4 • De D is van drijven




