Effe checken
Ik kan uitleggen wat een biotoop is.
Ik kan vertellen over het weer en het landschap in een woestijn.
Ik ken een aantal woestijndieren.
Ik kan uitleggen hoe dieren in de woestijn kunnen overleven.
Ik kan kan vertellen over het landschap in een moeras.
Ik ken een aantal dieren die je in een moeras vindt.
Ik kan uitleggen waarom broedvogels een moeras een fijne plaatsvinden.
Moeras
Een moeras is een veenlandschap,
een tussenfase tussen land en water.
Een moeras bestaat uit ondiep stil-
staand water met een hele dikke laag
modder eronder. Die modder bestaat
uit plantenresten. Omdat die onder wa-
ter terechtkomen, kan er geen zuurstof
bij. De plantenresten verteren dan ook
niet. Het wordt alleen maar een vieze
papperige massa: veenmodder. In de
loop der tijd verlandt een moeras. Dat
wil zeggen dat het gebied gewoon land
wordt.
In moerassen komen veel zeldzame
en bedreigde plantengemeenschappen
voor, met name in de beginstadia van
de verlanding en in veenmosrietlanden.
Zo vind je er veel zeldzame broedvo-
gels, zoals de blauwborst, aalscholver,
lepelaar en zelfs kraanvogels.
Deze broedvogels hebben door het on-
diepe water en de beschutting van de
vele moerasplanten ideale broedplaat-
sen. Door de combinatie van land en
water vind je in moerassen daarnaast
ook veel amfibieën.
Het bekendste dier uit de woestijn is
de kameel. Die kan heel lang zonder
water. Veel dieren schuilen onder de
grond voor de hitte. Ze komen ‘s nachts
tevoorschijn als het niet zo warm meer
is. Hamsters doen dat bijvoorbeeld.
Sommige van die diertjes hebben wei-
nig vocht nodig. Woestijnratjes kunnen
al vooruit met het beetje vocht dat in
zaden zit. Grotere dieren drinken het
bloed van de beesten die ze opeten.
Andere voorbeelden van dieren in de
woestijn zijn coyotes en diverse slan-
gen en hagedissen.
Voor mensen is leven in de woestijn
erg moeilijk. En toch wonen er heel wat
in die hitte en droogte. Wel zoeken ze
de plekken op waar schaduw en wa-
ter is. Oases heten die plaatsen. Daar
komen onderaardse riviertjes boven de
grond. De mensen die bij die plekken
wonen, verbouwen groenten, graan en
voer voor hun vee.
Er zijn ook volken die door de woestijn
trekken. Sommige, zoals de aborigi-
nals in Australië, eten wat ze tegenko-
men. Ze vangen dieren en eten plan-
ten.
Andere woestijnvolken zijn herders. Ze
trekken met hun kamelen, schapen en
geiten rond. Daarom wonen ze in ten-
ten die makkelijk af te breken en op te
bouwen zijn.
In de woestijn kun je een oase tegen-
komen. Dit is een plek waar water kan
worden gevonden, waardoor er een
klein stukje vruchtbaar gebied midden
in de woestijn is ontstaan.




