Groep 5-6 • Thema 6 • Samenvatting • pagina 5
Kaart 12
Veerkracht
Waarom stuitert een bal? Als een bal op een harde
ondergrond komt, deukt de bal een stukje in. Dat
komt doordat het materiaal waaruit een bal bestaat
zachter is dan het materiaal waaruit de ondergrond
bestaat. We noemen dat indeuken van de bal elas-
ticiteit. De deuk verdwijnt vanzelf weer, waardoor de
bal weer omhoog komt. Dit noemen we de veerkracht
van de bal. Hoe een voorwerp stuitert hangt af van
het materiaal, de vorm, en het gewicht van het voor-
werp, van de ondergrond en van de valhoogte.
Kaart 12
Luchtdruk
Lucht is overal om ons heen. Lucht heeft kracht: het
drukt op alles wat het tegenkomt. Dit noemen we
luchtdruk. Hoe groter het oppervlakte waar de lucht
op duwt, hoe harder de lucht drukt.
Kaart 11
Het weer
Als de zon het water uit zeeën en rivieren verwarmt,
veranderen waterdruppels in een gas dat waterdamp
heet. Die waterdamp gaat omhoog. Hoe hoger de
waterdamp komt, hoe kouder het is. Hoog in de
lucht verandert de waterdamp daarom in kleine
waterdruppeltjes. Die vormen samen wolken. De kleine
druppeltjes groeien uit tot grote druppels en als deze te
zwaar worden vallen ze naar beneden: het regent. Als de
lucht heel erg koud is bevriezen de druppels en worden
het sneeuwvlokken. Als die sneeuwvlokken onderweg
naar beneden aanvriezen, krijgen ze een jasje van ijs:
het worden hagelstenen.
Bij onweer wrijft warme lucht die omhoog gaat langs
de koude bovenlucht. Door deze wrijving ontstaat er
tussen de wolken een elektrische lading. Tussen twee
wolken of tussen een wolk en de aarde schieten vonken
zigzaggend heen en weer: de bliksemschichten. Als
het bliksemt, hoor je tegelijkertijd een enorm lawaai: de
donder. Omdat licht zich sneller verplaatst dan geluid,
zie je eerst bliksem en hoor je daarna donder.
Als de grond bevroren is en er komen regendruppels op,
dan vriezen de druppels aan de grond vast. Dit heet ijzel.
IJzel maakt de grond spekglad.
Als er teveel waterdamp in de lucht zit, kan er mist
ontstaan. De vochtige, warme lucht komt dan een koude
luchtstroom tegen. Daardoor verandert de waterdamp in
hele kleine waterdruppels die een wolk vormen. Deze
wolk blijft boven de grond of boven het water hangen.




