Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  203 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 203 / 210 Next Page
Page Background

Groep 5-6 • Thema 6 • Samenvatting • pagina 5

Kaart 12

Veerkracht

Waarom stuitert een bal? Als een bal op een harde

ondergrond komt, deukt de bal een stukje in. Dat

komt doordat het materiaal waaruit een bal bestaat

zachter is dan het materiaal waaruit de ondergrond

bestaat. We noemen dat indeuken van de bal elas-

ticiteit. De deuk verdwijnt vanzelf weer, waardoor de

bal weer omhoog komt. Dit noemen we de veerkracht

van de bal. Hoe een voorwerp stuitert hangt af van

het materiaal, de vorm, en het gewicht van het voor-

werp, van de ondergrond en van de valhoogte.

Kaart 12

Luchtdruk

Lucht is overal om ons heen. Lucht heeft kracht: het

drukt op alles wat het tegenkomt. Dit noemen we

luchtdruk. Hoe groter het oppervlakte waar de lucht

op duwt, hoe harder de lucht drukt.

Kaart 11

Het weer

Als de zon het water uit zeeën en rivieren verwarmt,

veranderen waterdruppels in een gas dat waterdamp

heet. Die waterdamp gaat omhoog. Hoe hoger de

waterdamp komt, hoe kouder het is. Hoog in de

lucht verandert de waterdamp daarom in kleine

waterdruppeltjes. Die vormen samen wolken. De kleine

druppeltjes groeien uit tot grote druppels en als deze te

zwaar worden vallen ze naar beneden: het regent. Als de

lucht heel erg koud is bevriezen de druppels en worden

het sneeuwvlokken. Als die sneeuwvlokken onderweg

naar beneden aanvriezen, krijgen ze een jasje van ijs:

het worden hagelstenen.

Bij onweer wrijft warme lucht die omhoog gaat langs

de koude bovenlucht. Door deze wrijving ontstaat er

tussen de wolken een elektrische lading. Tussen twee

wolken of tussen een wolk en de aarde schieten vonken

zigzaggend heen en weer: de bliksemschichten. Als

het bliksemt, hoor je tegelijkertijd een enorm lawaai: de

donder. Omdat licht zich sneller verplaatst dan geluid,

zie je eerst bliksem en hoor je daarna donder.

Als de grond bevroren is en er komen regendruppels op,

dan vriezen de druppels aan de grond vast. Dit heet ijzel.

IJzel maakt de grond spekglad.

Als er teveel waterdamp in de lucht zit, kan er mist

ontstaan. De vochtige, warme lucht komt dan een koude

luchtstroom tegen. Daardoor verandert de waterdamp in

hele kleine waterdruppels die een wolk vormen. Deze

wolk blijft boven de grond of boven het water hangen.