Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  200 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 200 / 210 Next Page
Page Background

Groep 5-6 • Thema 6 • Samenvatting • pagina 2

Kaart 3

Mode

Mode is kleding die mensen op een bepaald moment

aantrekkelijk vinden. Mode wordt bedacht door mode-

ontwerpers.

Sommige modeontwerpers maken de kleding zelf

ook. Twee keer per jaar laten modeontwerpers hun

ontwerpen zien. Dat doen ze in een modeshow. Mo-

dellen trekken de kleding aan en lopen ermee over

een podium.

Kaart 4

Drijven

Ieder materiaal heeft een dichtheid. De dichtheid heeft

te maken met hoe zwaar het materiaal is. Een voorwerp

blijft drijven als het een kleinere dichtheid heeft dan wa-

ter. Een voorwerp zinkt als het een grotere dichtheid

heeft dan water. Holle voorwerpen blijven beter drijven.

Mensen kunnen blijven drijven omdat het water je

lichaam terugduwt naar boven. Maar als je van houding

verandert of jezelf zwaarder maakt, zak je alsnog naar

beneden.

Kaart 5

Proeven, zien en horen

De mens heeft 5 zintuigen om te horen, zien, ruiken,

proeven en te voelen. Door onze zintuigen weten we wat

er om ons heen gebeurt. De zintuigen vangen allerlei

informatie op. Zenuwen sturen die informatie door naar

de hersenen. De hersenen vertellen je dan wat je hoort,

ziet, ruikt, proeft of voelt.

Proeven doen we met onze tong. Op je tong zitten bob-

beltjes die smaakpapillen heten. Die smaakpapillen kun-

nen zoet, zout, zuur en bitter proeven.

Zien doen we met onze ogen. Door de pupil, een gaatje

in het oog, komt licht naar binnen. Dat licht wordt opge-

vangen door de zenuwcellen in je netvlies, de staafjes en

de kegeltjes. Met de staafjes kun je zwart-wit zien, met

de kegeltjes kun je kleuren zien. De staafjes en kegel-

tjes sturen informatie door naar de hersenen. Daar wordt

alle informatie verzameld en maken je hersenen er een

mooi plaatje van.

Horen doen we met onze oren. Geluiden zijn eigenlijk

trillingen in de lucht. Die komen in je gehoorgang te-

recht. De trillingen laten je trommelvlies trillen. Die tril-

ling gaat dan verder via de drie gehoorbeentjes (hamer,

aambeeld en stijgbeugel) in je oor. Daarna gaat de trilling

naar het slakkenhuis binnen in je oor. In het slakkenhuis

zitten hele kleine haartjes. Die gaan ook trillen en geven

zo de informatie door aan de gehoorzenuw. En die stuurt

de informatie naar de hersenen.