Op vakantie
Sinds ongeveer de laatste helft van de 20e eeuw
wordt onder vakantie vaak verstaan dat er een
reis wordt gemaakt. Mensen gaan, alleen, met
vrienden, in groepen of met hun gezin, naar een
andere plaats om daar andere ervaringen op te
doen.
Als je op reis gaat, doe je dat om allerlei rede-
nen. Vaak ga je op vakantie om te ontspannen.
Je kiest dan voor een bepaalde invulling van je
vakantie. Zo kun je lekker luieren aan het strand,
actief zijn met een sport, bijvoorbeeld bergbe-
klimmen, snorkelen of zeilen, of meer over een
ander land of een vreemde taal leren (cultuur- of
talenreizen).
Bij een reisbureau kun je je uitgebreid laten in-
formeren over bestemmingen, vervoer, verblijf
en prijzen. Sommige mensen blijven liever thuis
en maken dagtochten, bijvoorbeeld naar de die-
rentuin of een pretpark.
Er zijn ook mensen die reizen met een ander
doel dan vakantie. Zo moeten veel mensen
voor hun werk wel eens op zakenreis. Ande-
ren gaan op familiebezoek in het buitenland. Er
zijn ook mensen die om religieuze redenen op
reis gaan. Deze mensen gaan naar een heilige
plaats om te bidden. Zo’n plaats heet een bede-
vaartsplaats. Beroemde bedevaartsplaatsen zijn
Mekka (Saoedi-Arabië), Lourdes (Frankrijk) en
Santiago de Compostela (Spanje).
Vakantie vroeger en nu
De eerste stap in de ontwikkeling van het rei-
zen begon met ontdekkingsreizen. Men ont-
dekte steeds meer nieuwe landen en gebieden,
waardoor er een wereldkaart ontstond. Mensen
raakten geïnteresseerd in andere gebieden,
culturen en wilden er zelf wel eens tussenuit.
In de 19e eeuw kwam er een vorm van toe-
risme op gang, ook wel gezondheidstoerisme
genoemd. Welgestelden ontvluchtten de door
de opkomende industrieën ongezonde steden
en gingen voor hun gezondheid op reis naar
bergen, mineraalbronnen of naar zee.
In eerste instantie was het niet voor iedereen
weggelegd om op vakantie te gaan. Maar
naarmate de economie steeds beter werd en
mensen meer geld gingen verdienen, konden
meer mensen op vakantie. De overheid kon
geld besteden aan onder andere infrastructuur
en openbaar vervoer in Nederland, essentiële
voorwaarden om op reis te kunnen gaan.
1
Reizen • Groep 5/6 • Kaart 12 • Opa op reis
Kennisaspecten
De leerling weet hoe het was om vroeger op vakantie te gaan.
De leerling weet hoe en waarom het op vakantie gaan zich ontwikkeld heeft.




