Groep 5-6 • Thema 4 • Samenvatting • pagina 2
Kaart 7
De Tweede
Wereldoorlog
in Nederland
De Tweede Wereldoorlog werd begonnen door Duits-
land. Daar was Adolf Hitler de baas. Duitsland ver-
overde grote delen van Europa. In Nederland begon
de Tweede Wereldoorlog in 1940. Op 10 mei 1940 viel
Duitsland ons land binnen. Het Nederlandse leger was
veel minder sterk, maar vocht dapper. Op 14 mei gooi-
den Duitse vliegtuigen bommen op Rotterdam. De Duit-
sers dreigden ook andere grote steden plat te bombar-
deren. Nederland gaf zich over. Zo begon in ons land
de Duitse bezetting.
Overal waar de Duitsers de baas werden gingen ze
joden discrimineren, afzonderen en later naar kampen
brengen. Ook in Nederland. Eind februari 1941 gingen
duizenden arbeiders staken om te protesteren tegen
de jodenvervolging. De Duitsers waren hier woedend
over en traden hard op. Deze staking wordt de Febru-
aristaking genoemd. Ook in september 1944 werd er
gestaakt uit protest tegen de Duitsers. Toen stopten de
spoorwegen met werken. Deze staking heet de Spoor-
wegstaking.
De tegenstanders van de Duitsers (Engeland, de VS,
Canada, enz.) noemen we de geallieerden. Op 6 juni
1944 gingen zij met honderden schepen naar de kust
van Normandië (in Frankrijk). Duizenden soldaten gin-
gen daar aan wal. Deze dag wordt D-Day genoemd.
Toen ze het strand hadden veroverd, begonnen de sol-
daten een lange opmars om Frankrijk, België en Neder-
land te bevrijden.
Het zuiden van Nederland werd zo in het najaar van
1944 bevrijd. Op 5 september 1944 sloegen Duitse
soldaten in Nederland op de vlucht. De Nederlanders
waren door het dolle heen: de bevrijder kwam eraan.
Deze dag heet daarom ook wel Dolle Dinsdag.
Maar bij de grote rivieren konden de geallieerden niet
verder. De rest van Nederland moest wachten tot na de
winter. Maar de winter was heel streng. Er waren bijna
geen voedsel en kolen. Veel mensen kwamen om door
honger en kou. We noemen deze winter de Hongerwin-
ter. Pas in mei 1945 werd heel Nederland bevrijd. Op 5
mei 1945 tekenden de Duitsers de overgave.
Kaart 6
Hommels
Hommels zijn grote, sterk behaarde bijen. Hun vacht
is meestal geel met zwart. Hiermee schrikken ze vij-
anden af. De vrouwtjes hebben ook nog een angel om
zich te verdedigen. Hommels leven maar één jaar. Al-
leen de koninginnen overleven de winter.
Hommels eten nectar. Dit halen ze uit bloemen. Hom-
mels zijn belangrijk voor de bestuiving van planten. Ze
brengen stuifmeel van de ene bloem naar de stamper
van de andere. Zo zorgen ze voor bevruchting. Boven-
dien zorgen ze voor de bestrijding van ongedierte.
Hommels leven in groepen. Zo’n groep heet een kolo-
nie. De baas van een kolonie is de koningin. Die legt
het hele jaar door eitjes. Uit die eitjes komen werksters.
Die doen al het werk. Later komen er ook mannetjes.
Die blijven niet in de kolonie. Zij bevruchten de konin-
ginnen.
Kaart 5
Monumenten
Een monument is een standbeeld of een gebouw op-
gericht ter herinnering aan een persoon of een belang-
rijke gebeurtenis. Een ander woord voor monument is
gedenkteken. Veel monumenten herinneren aan oorlo-
gen of rampen.




