Effe checken
Ik weet wanneer de Gouden Eeuw was.
Ik kan uitleggen waarom we deze tijd de Gouden Eeuw noemen.
Ik kan vertellen hoe het komt dat het in Nederland zo goed ging.
Ik weet wat de vier standen in de Gouden Eeuw waren.
Ik kan beschrijven hoe het leven voor het gewone volk was.
Ik kan uitleggen wat regenten zijn.
Ik weet wanneer het Rampjaar was.
Ik kan uitleggen waarom we dit jaar het Rampjaar noemen.
De vier standen
De Gouden Eeuw was een periode van grote rijkdom
voor de Republiek der Nederlanden. Maar niet ieder-
een had het even goed. In de Gouden Eeuw waren
er vier standen. De hoogste stand was die van de
adel en de regenten. Oftewel de mensen die het voor
het zeggen hadden in de Republiek. Daarna kwam
de gegoede burgerij. Daaronder vielen de kooplie-
den, handelaren en boeren die veel grond hadden.
Dan was er de kleine burgerij, de gewone burgers.
Dit waren de ambachtslieden, winkeliers, leraren
en dergelijke. Zij verdienden genoeg geld om van
te leven. Tenslotte was er het gewone volk, dat ook
wel het gemeen, het gepeupel of het janhagel werd
genoemd. Dit waren de arme werklieden, die hard
moesten werken voor weinig geld. Denk maar aan
soldaten, matrozen en arbeiders. En uiteraard waren
er ook genoeg mensen zonder werk. Armen moes-
ten leven van de bedel. Wel kregen ze vaak hulp van
de kerk en de armenhuizen.
Einde aan de Gouden Eeuw
De welvaart hield echter niet aan. Tegen het eind van
de 17e eeuw was de Republiek niet meer handel-
sland nummer één. Dat kwam vooral door de vele
(zee-)oorlogen met de Engelsen, die geleidelijk aan
de macht op zee en in de handel van de Nederlan-
ders overnamen. Een duidelijk eindpunt voor de
Gouden Eeuw is niet aan te wijzen. Meestal wordt
het Rampjaar 1672 aangewezen als het belangrijk-
ste omslagpunt. In dat jaar spanden enkele vijanden
van Nederland (Frankrijk, Engeland, Münster en
Keulen) samen en vielen tegelijkertijd de Republiek
binnen. Het Franse leger veroverde zelfs een groot
deel van Nederland. Bij de Waterlinie werden ze uit-
eindelijk tegengehouden. Maar de Republiek kwam
de klap niet meer te boven. Voor nog meer info: zie
kaart 6 voor groep 7/8 van thema 7.




