Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  118 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 118 / 210 Next Page
Page Background

Effe checken

Ik weet wanneer de Gouden Eeuw was.

Ik kan uitleggen waarom we deze tijd de Gouden Eeuw noemen.

Ik kan vertellen hoe het komt dat het in Nederland zo goed ging.

Ik weet wat de vier standen in de Gouden Eeuw waren.

Ik kan beschrijven hoe het leven voor het gewone volk was.

Ik kan uitleggen wat regenten zijn.

Ik weet wanneer het Rampjaar was.

Ik kan uitleggen waarom we dit jaar het Rampjaar noemen.

De vier standen

De Gouden Eeuw was een periode van grote rijkdom

voor de Republiek der Nederlanden. Maar niet ieder-

een had het even goed. In de Gouden Eeuw waren

er vier standen. De hoogste stand was die van de

adel en de regenten. Oftewel de mensen die het voor

het zeggen hadden in de Republiek. Daarna kwam

de gegoede burgerij. Daaronder vielen de kooplie-

den, handelaren en boeren die veel grond hadden.

Dan was er de kleine burgerij, de gewone burgers.

Dit waren de ambachtslieden, winkeliers, leraren

en dergelijke. Zij verdienden genoeg geld om van

te leven. Tenslotte was er het gewone volk, dat ook

wel het gemeen, het gepeupel of het janhagel werd

genoemd. Dit waren de arme werklieden, die hard

moesten werken voor weinig geld. Denk maar aan

soldaten, matrozen en arbeiders. En uiteraard waren

er ook genoeg mensen zonder werk. Armen moes-

ten leven van de bedel. Wel kregen ze vaak hulp van

de kerk en de armenhuizen.

Einde aan de Gouden Eeuw

De welvaart hield echter niet aan. Tegen het eind van

de 17e eeuw was de Republiek niet meer handel-

sland nummer één. Dat kwam vooral door de vele

(zee-)oorlogen met de Engelsen, die geleidelijk aan

de macht op zee en in de handel van de Nederlan-

ders overnamen. Een duidelijk eindpunt voor de

Gouden Eeuw is niet aan te wijzen. Meestal wordt

het Rampjaar 1672 aangewezen als het belangrijk-

ste omslagpunt. In dat jaar spanden enkele vijanden

van Nederland (Frankrijk, Engeland, Münster en

Keulen) samen en vielen tegelijkertijd de Republiek

binnen. Het Franse leger veroverde zelfs een groot

deel van Nederland. Bij de Waterlinie werden ze uit-

eindelijk tegengehouden. Maar de Republiek kwam

de klap niet meer te boven. Voor nog meer info: zie

kaart 6 voor groep 7/8 van thema 7.