Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  117 / 210 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 117 / 210 Next Page
Page Background

Kennisaspecten

De leerling weet wanneer de Gouden Eeuw was en wat we hieronder

verstaan.

De leerling weet hoe het leven tijdens de Gouden Eeuw was.

De leerling weet wat er in het rampjaar 1672 gebeurde.

De Gouden Eeuw (ca. 1600 - ca. 1672)

In de zeventiende eeuw ging het goed met ons land, ook

al voerde de Republiek der Verenigde Nederlanden nog

steeds oorlog tegen de koning van Spanje. Het noordelijk

deel van de Nederlanden had zich bevrijd en een republiek

gevormd, het zuiden was nog in handen van de Spanjaar-

den. Amsterdam werd in deze tijd de belangrijkste handels-

stad van Europa. De stad was gunstig gelegen op de vaar-

route tussen de Oostzee en de Middellandse zee. Uit de

landen rond de Oostzee haalden handelaars vooral graan

en hout, uit de landen rond de Middellandse Zee wijn en

zout. Maar de Hollandse handelsvloot voer ook naar Azië.

De handel met Azië werd beheerst door de Verenigde

Oostindische Compagnie (VOC). Sinds 1595 gingen de

Hollanders naar Indië met hun schepen. Daar kochten

ze kruiden en specerijen, zoals peper, kaneel en kruid-

nagelen. Terug in Nederland verkochten ze de kruiden en

specerijen voor veel geld. Van de plantages in West-Indië

(Zuid- en Midden-Amerika) namen de schepen koffie, sui-

ker en tabak mee naar de Republiek. Al de ingevoerde

producten stapelden zich op in Amsterdam en werden van

daaruit verhandeld naar andere landen. Amsterdam werd

dus een stapelmarkt. Als gevolg van de handel kwam ook

de nijverheid tot bloei.

Staten en regenten

In de zeventiende eeuw was er geen koning in Nederland. Ons land

was een republiek. Er waren provincies, die een eigen bestuur had-

den: de staten. Soms overlegden die met elkaar in een vergadering

die we de Staten-Generaal noemden. Dan ging het vaak over zaken

die met het buitenland te maken hadden, of over het betalen van het

gezamenlijke leger.De rijke kooplieden bestuurden vaak ook de ste-

den en de provincies. Deze bestuurders werden regenten genoemd.

De regenten deden erg hun best voor hun stad, maar waren regel-

matig corrupt. Dan staken ze bijvoorbeeld het geld voor de stad in

hun eigen zak, of probeerden zoveel mogelijk hoge baantjes aan

familieleden of vrienden te geven.

4

Oorlog en vrede • Groep 5/6 • Kaart 8 • Een eeuw van goud