Effe checken
Ik weet wat voor soort dier een hommel is.
Ik kan beschrijven hoe een hommel eruit ziet.
Ik weet hoe lang een hommel leeft.
Ik kan vertellen hoe een hommel aan voedsel komt.
Ik kan vertellen welke taken een hommel in de natuur heeft.
Ik kan beschrijven hoe een hommel bloemen bestuift.
Ik kan uitleggen wat een kolonie is.
Ik kan vertellen wat de taak is van een koningin, van een werkster en van een mannetje.
Ik kan vertellen over het leven in een hommelkolonie.
Ik kan vertellen over ruzies in een hommelkolonie.
Kolonies
Hommels vormen éénjarige kolonies. Alleen de bevruchte koninginnen overwinteren,
alle andere hommels gaan dood. De tweede helft van maart komt de hommelkoningin
uit haar winterverblijfplaats. Ze gaat dan op zoek naar de eerst bloeiende planten. Het
gaat dan vooral om de nectar en het stuifmeel, de nectar bevat voornamelijk suiker die
omgezet wordt in energie en het stuifmeel is zeer eiwitrijk wat weer belangrijk is voor
de eierproductie. De koningin begint dan met de bouw van de broedkamer. Een hom-
melkoningin woont graag in een oud nestkastje of in een muizenhol. In de broedkamer
worden 8 to 10 eitjes gelegd. Niet in een raat, maar in kleine potjes die ze van stuif-
meel bouwt. De koningin bevrucht de eieren met zaad van het mannetje waarmee ze
gepaard heeft en dat ze de hele winter in haar lichaam heeft bewaard. De eitjes worden
door de koningin warm gehouden. Na enige tijd komen er pootloze larven uit. Deze wor-
den gevoed met in nectar gedrenkt stuifmeel. Na enkele keren verveld te zijn, maakt de
larf een cocon en verpopt zich daarin tot werkster. In het begin van het seizoen is het
aantal werksters nog erg klein, maar later komen er steeds meer ‘arbeidsters’ die voor de
verzorging van de nieuwe larven instaan. De koningin legt dan ook veel meer eieren dan
in het begin van het seizoen. Tegen het eind van de zomer vragen enkele larven steeds
meer voedsel zonder zich te willen verpoppen, met als gevolg dat ze steeds groter wor-
den. Uiteindelijk moeten zij zich wel verpoppen en zo ontstaat er een nieuwe generatie
koninginnen. Als de kolonie groot genoeg is, gaat de koningin onbevruchte eitjes leggen.
Hieruit ontstaan de mannetjeshommels (darren). Zij verschijnen in de nazomer en zijn te
herkennen aan de lange sprieten (antennes) op hun kop. De darren verlaten meteen het
nest en gaan op zoek naar jonge koninginnen, die ze vervolgens bevruchten. De jonge
koninginnen gaan daarna op zoek naar een geschikte plaats om te overwinteren.
Tussen koninginnen, werksters en mannetjes is weinig verschil in grootte.
Ruzie in de kolonie
Op het moment dat de koningin onbevruchte eitjes gaat leggen, gaan ook de werksters
eitjes leggen. Dit leidt tot strijd tussen de koningin en de werksters. De koningin rooft de
eitjes van de werksters en de werksters roven haar eitjes weer, waardoor er weinig tot
geen nieuw broed meer bijkomt. Dit is het begin van het einde van de kolonie.
Een koekoekshommel is een bijzonder soort hommel. Koekoekshommels hebben zelf
geen werksters en leiden een zwervend bestaan. Zij leggen eitjes in de nesten van andere
hommels. Soms bijten ze daarbij de koningin van die hommelkolonie dood. De eieren en
larven worden dan verder verzorgd door de aanwezige werksters.




