Voedsel
Apen zijn over het algemeen planteneters, die voornamelijk van vruchten, noten, bladeren, stengels en
boomsappen leven. Sommige soorten eten ook dierlijk materiaal, als insecten en vogeleieren. Vooral
kleinere apensoorten als de klauwaapjes leven voor een groot gedeelte van insecten.
Sociale dieren
De meeste apen zijn groepsdieren, die leven in grote troepen. Er zijn echter wel enkele soorten waarbij
de dieren alleen leven, zoals de orang-oetans. Er is altijd een baas binnen de groep.
Slechts enkele soorten wagen zich op de open vlakte (bijvoorbeeld de huzaaraap)
of in rotsachtige streken (verscheidene bavianen en makaken) of leven in koudere
streken (bijvoorbeeld de Japanse makaak die in Japan tot boven de sneeuwgrens
kan worden aangetroffen, of de stompneusapen uit de Himalaya). Apen zijn over
het algemeen middelgrote boombewonende dieren. Bij veel soorten is de staart
langer dan de rest van het lichaam. Bij enkele apen van de Nieuwe Wereld heeft
deze staart zich ontwikkeld tot een grijpstaart.




