In het oerwoud van Afrika bouwen de men-
sen vaak eenvoudige hutten van stokken,
grote bladeren en stro. Ze geven schaduw en
dus beschutting tegen de felle zon. Erg lang
gaan deze huizen vaak niet mee.
In veel Arabische landen zie je weer andere
huizen. ‘s Zomers is het in die landen vaak
erg heet. Daarom bouwen ze de huizen dicht
bij elkaar. In de smalle steegjes tussen de
huizen kan de zon niet komen. Zo blijft het
een beetje koel. In gebieden met veel eilan-
den of veel water (zoals de Philippijnen of het
Amazonegebied) vind je paalwoningen. Als
het water stijgt blijven deze woningen toch
droog. Sommige eilandvolken wonen op hun
vissersschepen. Nomadische stammen wo-
nen helemaal niet in een huis, maar trekken
rond en wonen in een tent, die ze steeds weer
afbreken als ze verder trekken. In landen in
het poolgebied (Groenland bijvoorbeeld) zijn
er mensen die wonen in een huis gebouwd
van ijsblokken: een iglo.
Effe checken
Ik kan uitleggen hoe het komt dat er zoveel verschillen zijn tussen
hoe mensen wonen.
Ik kan een aantal soorten huizen noemen waarin mensen wonen.
Ik kan van minstens vier landen beschrijven hoe de mensen wonen.
Ik kan beschrijven hoe mensen wonen in westerse landen.
Ik kan beschrijven hoe mensen wonen in Derde Wereldlanden.
Ik kan beschrijven hoe nomaden wonen.




